Het Zesde Metaal

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. De groep van de in het voor velen (ook in België) niet gemakkelijk verstaanbare West-Vlaams zingende songschrijver Wannes Cappelle is hot. Op zaterdag 13 mei is hij met zijn band Het Zesde Metaal te gast voor een optreden en T-gesprek in Gebouw-T.

‘Ik schrijf en zing in het eigen dialect. Anders geloof ik mezelf niet’

Door Willem Jongeneelen

Alle optredens van Het Zesde Metaal in Vlaanderen verkopen het laatste half jaar uit. Het nu ook officieel in Nederland verschenen album Calais ontving een MIA (Music Industry Award) als het beste Belgische album van 2016 en de single met als boodschap 't es nog al nie na(ar) de wuppe(West-Vlaams voor het is nog allemaal niet naar de kloten) stond lang hoog in de hitparades. Het van een van de vorige albums stammende nummer Ploegsteert (over het tragische leven van wielrenner Frank Vandenbroucke) werd vorig jaar door de luisteraars van de Vlaamse Radio 1 zelfs verkozen tot het beste Belgische popliedje aller tijden.

Het succes komt Wannes Cappelle toe. Zijn liedjes en teksten zijn oprecht, puur en snijden op een hoogst originele, altijd persoonlijke manier hout. De 37-jarige, in Wevelgem geboren muzikant had zich eigenlijk al neergelegd dat zijn muziek voor een niche publiek zou zijn. Hij dacht dat hij er nooit van zou kunnen leven en de radio zijn liedjes nooit zou draaien, dus had hij het artistieke proces de vrije loop gelaten. Waar zijn eerste album Akattements (2008) nog een zoektocht was tussen popmuziek maken en verhalen vertellen, daar koos hij op zijn andere albums Ploegsteert (2012) en Nie Voe Kinders (2014) resoluut voor het laatste. ,,Het is absurd dat het daarmee wel lukte. Ook met Calais, dat ik wel meer als een groepsplaat beschouw. Ik zing die liedjes in mijn eigen dialect. Waarschijnlijk werkt het, omdat dit juist klinkt en toch duidelijk is wat het is. Vrolijk is het meestal niet. Die melancholie, die zit nu eenmaal in mij. Ik weet ook niet hoe dat komt. Ik heb wel vrolijke songs, maar die missen de kwaliteit en halen de platen dan niet. Ze klinken vaak banaal. Grappig kan ik ook wel schrijven, maar dat past dan weer niet. Toen de vorige cd klaar was, heb ik er een naar mijn moeder gestuurd. Ze had na het luisteren een hele dag moeten wenen en tegen mijn broer gezegd: ‘Onze Wannes, die moet toch wel heel ongelukkig zijn.’ Dat is niet zo. De  juiste woorden vinden voor het gevoel dat ik heb, daar word ik juist gelukkig van. Daar put ik troost uit.”

Songs schrijven was een late roeping voor Wannes Cappelle. Eerst wilde hij onderwijzer worden, net als zijn vader. Later wilde hij filosofielessen gaan geven, in hogere klassen. ,,Ik las ongelooflijk veel filosofische boeken. Dat interesseerde me. Ik ben uiteindelijk godsdienstwetenschappen gaan studeren, omdat dat het dichtst in de buurt kwam. Ik ben niet overdreven gelovig opgevoed. Mijn moeder ging wel trouw iedere week naar de kerk, mijn vader alleen met Kerstmis, omdat hij in zijn jeugd al te vaak geweest was, zo zei hij. Ik heb zelfs stages gedaan als leerkracht godsdienst. Ik kwam er achter dat het mij niet te doen was om les te geven, ik wilde voor een groep mensen staan en ze doen luisteren. Ik wilde dat ze aan mijn lippen hingen. Dat lukte wel, volgens de onderwijsinspecteur, maar de inhoud mocht anders zijn. Mijn conclusie was simpel: dit was het niet. Ik heb me daarna meteen ingeschreven voor het ingangsexamen van de kleinkunstacademie.”

 In zijn jeugd was Cappelle een groot sportman. Op zijn zestiende werd hij Belgisch kampioen triatlon, maar problemen met zijn heup maakten een einde aan die carrière. Het werd een leven op en rond het toneel. Hij had een succesvol comedy programma met liedjes en sketches samen met Dries Helsen, speelde in de Nederlandse band van Roosbeef, had een theaterprogramma met schrijfster Kristien Hemmerechts en toerde met cabaretier Wouter Deprez door Vlaanderen. Ook schreef hij voor de VRT mee aan de veel geprezen dramaserie over de fictieve plaats Bevergem. Momenteel wordt de serie herhaald op Canvas. Ook de serie is in het West-Vlaams. ,,Vaak wordt me gevraagd waarom ik toch in dat West-Vlaams zing. Ik verklein er mijn publiek door. Ik maak het hen bovendien lastiger vanwege de moeilijke verstaanbaarheid. Toch kan ik niet anders. De liedjes die ik wil schrijven, dat gaat alleen in de moedertaal. Het gevoel is zo persoonlijk, dat moet in de taal waarin ik denk, vloek en blèt. Ook al ben ik er al vijftien jaar weg en spreek ik hier in Antwerpen met mijn vrouw en onze twee kinderen  gewoon Nederlands. Bij anderen werkt het wel in die taal. Luc de Vos van Gorki had literaire en ironische teksten, Spinvis en Roosbeef doen het op hun manier en ook Raymond van het Groenewoud geloof ik op zijn woord. Bij mij moet het in het dialect. Anders geloof ik mezelf niet, laat staan dat iemand anders dat kan. Ik heb onbewust hetzelfde parcours afgelegd als mijn held Willem Vermandere, afkomstig uit een dorpje naast Wevelgem. Als kind al voelde ik me enorm aangesproken door zijn West-Vlaamse teksten. Gek eigenlijk, maar ook hij is ooit begonnen als godsdienstleraar.”

Het Zesde Metaal is 13 mei samen met Jo Goes Hunting te zien in gebouw-T. Klik voor meer info & tickets.