Jan akkerman: De één spaart postzegels, ik heb mijn gitaar.

Jan Akkerman wordt 24 december 70 jaar. Tijd voor een feestje met vrienden. Op 30 december live in Gebouw-T, met onder meer Benjamin Herman, Bert Heerink, Ruben Hoeke en dochter Laurie Akkerman.

‘De een spaart postzegels, een ander wijdt zijn leven aan seks, drugs en rock ’n roll, ik heb mijn gitaar’

 

 

 

Door Willem Jongeneelen

 In veel buitenlanden wordt Jan Akkerman nog altijd op handen gedragen. Nederlandse collega’s zien hem soms als een moeilijk mens met haantjesgedrag. De (bijna) 70-jarige Akkerman kan er niet mee zitten en vervolgt zijn eigen pad. In zijn uit duizenden herkenbare sound zit ook jazz, blues en funk opgesloten. Akkerman: ,,Dat heeft er bij mij eigenlijk altijd al wel ingezeten. Alleen verschilt de achtergrond soms iets. Die is de ene keer wat jazzier, de andere keer zit er wat meer rhythm & blues of funk in. Die verscheidenheid vind ik interessant. Ik voel me niet gedwongen steeds hetzelfde te doen. Wat er vooraf in mijn hoofd gebeurt om tot muziek te komen, ik zou het ook wel eens willen weten. Ik maak me er niet te druk over. Voorspelbaarheid, ik haat het.”

 

Jan Akkerman heeft een ongekend grote staat van dienst. Zijn carrière startte in de jaren zestig in Johnny And His Cellar Rockers en hij maakte vervolgens furore in The Hunters, Brainbox, Focus en als soloartiest. Hij speelde later met artiesten variërend van Alan Price, Paco de Lucia, Charlie Bird, B.B. King, Ice-T tot André Hazes. Het leverde hem als gitarist uiteindelijk in 2005 een Gouden Harp en in 2009 de Eddy Christiani Award op. Toch begon hij ooit op de accordeon. ,,Op een knoppenaccordeon nog wel. Het heeft mijn latere gitaarspel erg beïnvloed. Je leerde op die accordeon hoe het geografisch zat. Je krijgt een ander inzicht in de mogelijkheden. Een piano is wat dat betreft veel gemakkelijker. Daar zie je wat er gebeurt. Als ik gitaar speel weet de linkerhand ook niet wat de rechter doet. Dat is echt zo. Dat maakt het ook zo leuk. Jezelf verliezen in solo’s en ook iedere keer jezelf blijven verrassen, daar draait het om.”

 

Solo’s spelen is voor Akkerman eigenlijk een soort wiskundig gegeven. ,,Toonladders aanvallen en de hoeveelheid tonen van een octaaf. Dat kan technisch allemaal heel verantwoord uitgevoerd worden, maar toch niet te vreten zijn. Want die techniek, het zal die boer die luistert terecht worst wezen. Muziek maken is je bagage en kennis in dienst stellen van het nummer. Het draait om hoge schoolwerk en geld. Bij de ene slaat de balans door naar het geld. Die maakt muziek voor de massa. Anderen kiezen voor de muziek. Ik hoor tot de laatste categorie. Ik blijf geïnspireerd om nieuwe dingen te maken, al is terugblikken op zijn tijd ook best leuk. Kennis bezitten is mooi, maar het gaat er om wat je ermee doet. Vraag me echter niet waar mijn inspiratie vandaan komt of waarom die gitaar me blijft boeien. De een spaart postzegels, de ander wijdt zijn leven aan seks, drugs en rock ’n roll, ik heb mijn gitaar. De gitaar is mijn culturele stan gun. Een machtig wapen. Een veredelde pijl en boog. De jacht ermee, die blijft razend interessant.”

 

In de hoogtijdagen van Focus, in de eerste helft van de jaren zeventig, werd Jan Akkerman door de lezers van het Britse blad Melody Maker verkozen tot beste gitarist ter wereld. Hij liet collega’s als Eric Clapton, Jimmy Page en Santana achter zich. In Nederland gaan er nog wel eens stemmen op dat hij niet het maximale uit zijn carrière haalde. ,,Dat is inderdaad frustrerend. Ik heb nooit puur voor de poen gekozen. Natuurlijk, Clapton heeft zijn sporen verdiend, maar is feitelijk nu al jaren uitgedoofd. Ik blijf vanwege mijn houding voor velen een vreemde eend in de bijt. Ik doe niet aan zelfverrijking. Ik hoef gelukkig niet te graaien of me te verlagen tot het maken van goedkope, makkelijk scorende muziek. Een kwart van Nederland is zwak begaafd, maar die mafkezen bepalen wel wat we op de radio te horen of op de tv te zien krijgen.”