DeWolff: Longhaired skinny musicians from Holland

Het rocktrio DeWolff is bijzonder productief. Na hun debuut EP in 2008 verschenen er vijf studioalbums, een boek (met live cd) en een dubbel live album. Spelen zit in hun bloed, in Gebouw-T zijn ze kind aan huis. Donderdag 15 december zijn ze terug!

Door Willem Jongeneelen

Het trio Pablo van de Poel (gitaar/orgel/drums), zijn broer Luka (drums) en Robin Piso (Hammond, piano, bas) ontstond in Limburg in 2007. Piepjong waren ze, toen ze de Kunstbende wonnen. Inmiddels schrijven ze hun songs in Utrecht en Amsterdam. Als je niet weet dat ze nog altijd relatief jong zijn, dan zou je zweren dat hun muziek stamt uit de jaren zestig en zeventig. Het trio bezit sinds hun debuut een sound waarin psychedelica, blues en hardrock uit vervlogen zit opgesloten. Op hun latere albums durven ze ook met akoestische instrumenten te experimenteren en kwamen daar ook invloeden uit de folk, symfonische rock en klassieke muziek, plus harmonische klanken uit de Amerikaanse Westcoast bij. Opvallend, zeker voor zulke jonge muzikanten.

Amerika

Voor hun voorlaatste album Grand Southern Electric trok de band zelfs naar Amerika om die daar op te nemen. Ze kozen bewust voor een externe producer. Pablo van der Poel: ,,Eigenlijk waren er voor ons maar twee opties: Dan Auerbach van The Black Keys, en Mark Neill, de producer van het album Brothers van The Black Keys. Dat album klinkt zo goed, dat beschouwen we al een tijdje als referentiekader. Eerlijk gezegd dachten we niet dat Neill haalbaar was. In twee mailtjes was het echter gepiept.” Dat de plaat ook echt zo typisch Amerikaans klinkt is volgens Pablo voor het grootste deel op het conto van Mark te schrijven. ,,In onze demo’s waren nog een Wurlitzer, handclaps en meer aanwezig. Neill heeft alles gestript tot de essentie overbleef. Die zuidelijke invloeden komen van hem. Hij is daar al sinds de jaren zeventig bezig als producer. Hij begon op de manier van Sam Phillips, van Sun Records. Met slechts vier sporen. Dat geluid heeft hij doorontwikkeld.” Het trio heeft samen met Mark Neill veel naar muziek geluisterd. De sound van die platen was van grotere invloed op hen dan de omgeving, in Georgia. ,,We zagen in Valdasto niet veel meer dan het hotel en de drukke wegen die we over moesten steken om in de studio te komen. Pas na de plaatopnamen hebben we een roadtrip gedaan en zijn we in Macon naar het Allman Brothers Museum geweest. De mensen zijn daar zo ongelooflijk vriendelijk. We kregen gewoon gratis eten en drinken daar. Omdat we ‘longhaired skinny musicians from Holland’ waren.”

Southern rock

DeWolff heeft altijd graag stevig willen rocken. Psychedelica en oude hardrock (denk aan Deep Purple en Cream) speelden daarin een grote rol. Daar is southern rock bijgekomen. De toevoeging van die stroming maakte de puzzel voor de band compleet. Dat bleek het ontbrekende stukje, veel meer dan progrock of folk, waarmee we soms ook even flirtten. ,,In de folk zijn we nooit diep gedoken. Dan kwamen we steeds uit bij Crosby, Stills, Nash & Young. Als we dat type songs elektrisch speelden, dan klopte het niet. Dus moest het soms akoestisch toen. Onze inspiratie komt meer van The Band en Leon Russell. Die laatste was zo’n ‘bad ass pianist’.” Russel overleed dit jaar, maar de invloed bleef. ,,Robin speelt nog regelmatig ook een paar nummers piano. Dat geluid is misschien wel heavier dan dat van zijn orgel of mijn gitaar. Omdat het zo puur is, zonder opsmuk. Goed bespeeld heeft dat een ongekend rauwe heftigheid en is het minder gekunsteld. Het geluid is direct, omdat het instrument daar op gemaakt is.”

Ultieme openingszin

Op Grand Southern Electric zingt Pablo als eerste regel: ‘I used to call myself a hippie.’ Dat is niet voor niets. Toen hij die die noteerde, had hij echter nog geen flauw benul hoe de hele plaat zou gaan klinken. Later bleek het ook in zijn ogen de ultieme openingszin te zijn. ,,Dat is niet omdat we geen psychedelische muziek meer maken. We zijn alleen geen echte hippies meer. We wilden dat wel graag zijn, eerder. Ik mis de innerlijke rust daarvoor. Ik ben te opvliegend. Ik hoor nergens bij. Niet bij de patsers, kakkers of voetbalsupporters. Maar dus ook niet bij de hippies. Tekstueel handelt het in mijn songs vaak over die rusteloosheid. Dat heeft dus weinig met ‘love, peace en happiness’ te maken. Veel schrijf ik wel over de liefde, maar dan in een andere context. Liefde is de blues. Daar is veel uit voort gekomen. Ik ben minder de alwetende verteller. Het zijn ervaringen die ik deel. Geen heftige verhalen, maar ik maak genoeg coole en grappige dingen mee om die te delen. Mijn teksten waren altijd serieus en ernstig. Dat ben ik eigenlijk slechts af en toe.”

DeWolff staat donderdag 15 december in Gebouw-T. Er zijn nog tickets.

Meer informatie