Zuco103 terug na lange break

Ruim vier jaar was het stil rond Zuco 103. Na tal van soloavonturen en samenwerkingsverbanden met derden was het trio er deze zomer plots weer. Hun shows waren tussen 1999 en 2010 altijd een feest en dat zijn ze opnieuw. Vrijdag 18 december is de band te gast in Gebouw-T.

Door Willem Jongeneelen

‘We bemerkten een nieuwe uitbarsting van creativiteit’

Hun elektronische muziek, met een flinke scheut Braziliaanse ritmes, funk, jazz, drum ‘n’ bass en nog zo het een en ander, onderging een geslaagde update. Voor alleen die verschenen Best Of doen ze het niet. Tussen de eerste try-outs en echte optredens door werd er in twee studio’s in Amsterdam de laatste hand gelegd aan een paar splinternieuwe EP’s en een in maart 2016 te verschijnen album.

Zuco 103 startte aan het eind van de jaren negentig nadat drummer Stefan Kruger (Amsterdam, 1965) samen met toetsenist Stefan Schmid (München, 1967) en zangeres Lilian Vieira (Teresópolis, 1966) het nummer Aqua Mineral opnam voor de formatie SFeQ. Dat schreeuwde om meer. Schmid: ,,We zaten op mijn kamertje en het was net alsof er destijds een dam doorbrak. De ideeën floepten eruit. Een uitbarsting van creativiteit.” Dat werd ruim tien jaar lang Zuco 103, goed voor vijf studioalbums, tal van remixprojecten en een lange reeks dampende optredens. Hun ‘Brazilectro’ werkt overal in de wereld; in pop- en jazzclubs, op kleine en megagrote festivals.

'We zijn een democratische band'

De magie die er in 1999 plots tussen de drie bandleden was is er nog steeds. De vier jaar die verstreken hebben ze ook geen duimen zitten draaien. Lilian Vieira had eindelijk tijd voor dat langgekoesterde soloalbum, dat project met de jonge pianist Gideon van Gelder met muziek van de Braziliaanse componist Toninho Horta en zowaar ook een aantal kindervoorstellingen. Stefan 1 en 2 deelden met tal van anderen de studio (Joe Jackson was er daar een van, voor een deel van diens nieuwe album), toerden bijna drieënhalf jaar met Caro Emerald de wereld rond en bemerkten een nieuwe uitbarsting van creativiteit binnen Zuco. Lilian: ,,Het is zo moeilijk kiezen. We hebben wel 35 nieuwe stukken! Maar we zijn een democratische band; als er twee nee zeggen heb je pech gehad.” Kruger: ,,We mixen nu voor een in oktober te verschijnen digitale EP en het in later ook fysiek te verschijnen album in totaal 16 tracks af. Een deel verschijnt later, onder andere namen, op Zuco Sound, ons eigen label.”

Braziliaanse rimtes als basis 

Kruger: ,,Jezelf blijven verbazen. Daar draait het om. Ik luister bewust nooit naar nieuwe Braziliaanse muziek. We willen niets na-apen. Braziliaanse ritmes blijven wel de basis. Er zijn er zoveel die niemand speelt. Ook gebruiken ze in bijvoorbeeld Pernambuco, in het noordoosten van Brazilië, andere ritmes voor carnaval. We laten ons inspireren door de kleuren die we zien, door de kleuren van de ritmes. Ook zijn er veel zondagmiddagactiviteiten in Brazilië. Daar kijken we naar op YouTube enlaten ons inspireren door de ritmes die op de dansfilmpjes te horen zijn.” Stefan Kruger laat op zijn laptop het filmpje zien en de naadloos eronder gezette eigen muziek horen. Het ziet er hilarisch uit. Schmid lacht: ,,Het lijkt wel Braziliaanse gabber, zo dachten we de eerste keer dat we het zagen. Het blijkt een oude indianendans. Het klopt nu helemaal, beeld en muziek.”

Corrupsje

De band is ervaren. Het blijft ook voor hen speciaal steeds opnieuw te constateren dat die creativiteit onuitputtelijk lijkt. Verbazen doet hen echter niet meer. Vieira: ,,We weten dat we dat met ons drie hebben. Zuco staat op zichzelf. Zoals ik bij Zuco zing, zing ik nergens. We komen allemaal met melodieën en ritmes aanzetten. De teksten schrijf ik, in mijn moedertaal, het Portugees. Ik vertaal die voor de mannen. Ze mogen er ook iets van vinden. Soms hoor ik dat ze die te donker vinden. Ik schreef er laatst een over de corruptie in de wereld. Ik schrok er zelf van. Oeps, straks word ik zelf nog doodgeschoten. Ik heb de tekst aangepast.” Schmid: ,,Nu is het een nummer over een kleine rups. Een corrupsje.”

 

Delen van dit interview verschenen eerder in het magazine Jazzism.