Trixie Whitley: Ik wil niet op safe spelen

Trixie Whitley (28) is in het Vlaamse Gent geboren. Ze is de dochter van de in 2005 op 45-jarige leeftijd overleden Amerikaanse singer-songwriter Chris Whitley en een Vlaamse kunstzinnige nomade. Sindsdien pendelt ze tussen Gent, New York en daar waar haar podium opgesteld staat. Op 10 december komt ze in Gebouw-T de liedjes voorstellen van haar tweede soloalbum Porta Bohemica.

Door: Willem Jongeneelen

Trixie is een schoolvoorbeeld van vroegrijp, multi-getalenteerd en heerlijk eigengereid. Ze maakte als leadzangeres van de band Black Dub (met Daniel Lanois) ook al eens een album, maar solo debuteerde ze in 2013 met Fourth Corner. Ze maakt geen muziek om mensen te pleasen. Op de opvolger zijn de extremen iets minder groot. De titel verwijst naar de oude spoorlijn die ooit Oostenrijk met Duitsland verbond. Het is een metafoor voor haar eigen expeditie richting de diepten van haar creatieve bestaan. En deze jonge moeder gaat diep. ,,Die platen, dat ben ik. Het is mijn visie. Daar komen al mijn verschillende aspecten en muzikale verlangens samen. Een plaatje met alleen r&b, blues, soul of gospel had simpeler geweest waarschijnlijk. Ik wil niet kiezen. Ik refereer op de eerste plaat aan de vier seizoenen. De extremen kunnen groot zijn, maar ze keren steeds terug. Dat is de natuur van ons bestaan. Ze zijn aan elkaar gelinkt.”

'Ik blijf hongerig'

Op haar albums is te horen hoe intens Trixie haar leven beleeft. Met heel verschillende, soms tegenstrijdige emoties. Het draait om liefde, eenzaamheid, woede en vrolijkheid. Het geheel vormt een soort statement waarin ze laat weten dat ze het op haar eigen manier doet, zichzelf daar in kan verliezen, maar ook altijd met opgeheven hoofd terugkeert. ,,Ik ben niet geïnteresseerd in een snelle hap. Ik wil niet op safe spelen. Ik wil mezelf uitdagen en houd ervan ook anderen te stimuleren, op emotioneel en intellectueel vlak. Dat heeft alles te maken met mijn eigen smaken en keuzes. Dat kan alles zijn, als er maar echtheid in zit.”

Ze beschouwde zichzelf in eerste instantie niet als een zangeres, maar meer als iemand die nood had om zich uit te drukken. ,,Dat gaat verder dan muziek alleen, al is mijn stem wel mijn eerste en meest directe expressiemiddel gebleken. Ik heb lang getwijfeld voor welke kunstvorm ik moest kiezen, want ik vond alles fascinerend. Ik ben ook wel een visueel ingesteld mens, maar alles kan helaas niet tegelijk. Muziek bleek het beste medium voor mij. Toch blijf ik altijd op zoek. Ik ben razend benieuwd wat de toekomst nog gaat brengen. Ik blijf hongerig.”

Kwetsbaarheid, angsten en verlangens

Hoewel vaak donker, de insteek van haar songs is zelden negatief. Het draait ook op haar tweede album om kwetsbaarheid, angsten en verlangens. In het emotioneel geladen The Visitor is ze breekbaar als oud porselein. In New Frontiers ademt ze soul, maar er is ook aardedonkere blues, iets dat bij gospel in de buurt komt en er zijn een paar iets meer rockende tracks met krachtigere beats. Producer Gus Seyffert (Black Keys, Beck) en hulp Joey Waronker (Atoms for Peace) klaarden deze moordklus voorbeeldig. Met een gitaar, zoals in Faint Mystery, komt ze dicht in de buurt van de beste momenten van papa, achter haar piano overstijgt ze alle vergelijkingen.

In veel recensies ontkomen journalisten niet aan een vergelijking met het werk van haar vader Chris Whitley. Het werk van Trixie bevat eenzelfde soort intensiteit. Die grijpt de luisteraar bij de lurven en laat hen niet snel meer los. ,,Ik ben enorm trots op hem en zijn muziek. Toch hoop ik diep van binnen dat mensen mij los van hem zien. Er zitten vele jaren tussen en ik ga wel een ander publiek aanspreken, denk ik. Misschien zullen er straks mensen zijn die via mij op zoek gaan naar platen van mijn vader. Dat zou mooi zijn. Maar ik ben iemand anders, heb een eigen leven en, ik weet even niet hoe ik dat in het Vlaams goed kan zeggen, I paid my dues.”

'Mijn haven is mijn muziek'

Trixie heeft een dubbele nationaliteit en voelt zich overal en nergens thuis. ,,Mijn haven is mijn muziek. Ik voel me én Belgisch, én Europees én Amerikaans. Maar ik weet ook dat ik geen van allen volledig ben. De platen hielpen mij dat alles los te laten. Ik heb naast iets van mijn pa ook veel van mijn moeder. Zij is een sterke rebelse vrouw. Ze is altijd op zoek naar de diepte in het leven. Mijn moeders familie is heel kunstzinnig en zelfs nog muzikaler dan die van mijn pa. Er zitten naast acteurs, beeldend kunstenaars ook zangeressen, contrabassisten en andere muzikanten in de familie. Haar broer, de bassist van dEUS, is mijn nonkel.”

 

Delen van dit artikel verschenen eerder in OOR en BN DeStem