Claw Boys Claw te gast op eerste editie My Generation

‘Een Sinatra zal ik nooit worden, maar ik ben blij dat ik niet zo zing als René Froger’

Door: Willem Jongeneelen

My Generation. Het was ooit de tweede hit van rockband The Who in de Top 40 van 1965. My Generation is anno 2015 ook de naam van een nieuwe dansavond. Een voor oudere jongeren, met de beste muziek uit 50 jaar popmuziek. Naast een berg geweldige liedjes die DJ El Salvo selecteerde, is er tijdens deze eerste editie van My Generation op 21 november in Gebouw-T ook plaats voor live muziek. De in 1983 opgerichte Amsterdamse band Claw Boys Claw brengt zowel een aantal eigen klassiekers als nummers die hen inspireerden.

Grafisch ontwerper vs zanger en songschrijver

Peter te Bos, zanger van Claw Boys Claw, is in het dagelijkse leven een succesvol grafisch ontwerper. Zo is hij ieder jaar druk in de weer met het vervaardigen van nieuwe beelden voor de nieuwe T-shirts, website als de aankleding van het festivalterrein van Lowlands. Ook op het gebied van vormgeving is Te Bos een fenomeen. Hij maakte een groot aantal krachtige logo’s, cd-hoezen, boekcovers en zo meer. Zo ontwierp hij onder meer ook de logo’s van de rockband Urban Dance Squad en de Bergse popspeciaalzaak De Waterput. Om de paar jaar kruipt hij terug in de huid van de meer extraverte zanger/songschrijver.

Het draait bij Claw Boys Claw niet om de kwantiteit. De groep, met gitarist John Cameron en Peter te Bos als harde kern, heeft vanaf de aftrap, dertig jaar geleden, nooit een vooropgezet plan gehad of een marketingstrategie gevolgd. Te Bos: ,,De geboorte van de band was een ongelukje. Alles wat er daarna gebeurde kwam op onze weg. Mooie dingen zaten er daar bij, maar je denkt toch niet dat we opgericht zijn om ooit een Marlboro Flashback Tour met songs van Iggy & The Stooges te gaan doen? Zoiets komt langs. De mogelijkheid diende zich aan. Het voelde als een maatpak en dat trek je dan aan.”

Soundtrack of their lives

De laatste keer dat ze Gebouw-T aandeden was dat vanwege de release van het album Hammer, dit keer mogen ze op verzoek van My Generation ‘the soundtrack of their lives’ spelen. ,,Het dient zich aan. Zo schetsen we het leven. En we spelen ontzettend graag.” Het is een misvatting om de band louter als garagerockers te verslijten. Ze heren veel meer in hun mars hebben. De klik tussen gitarist John Cameron en Peter te Bos blijkt magie te bezitten. ,,We hebben weinig woorden nodig. De een vult de ander goed aan. We laten elkaar ook de ruimte om het eigen ding te kunnen doen. Dat alles maakt dat er goede dingen uit kunnen ontstaan. We doen iets, en dat groeit en groeit. We hoeven nooit iets te verdedigen en er zijn weinig conflicten. John gaat er diep mee, ik ga er diep mee. Het grijpt uiteindelijk allemaal toch mooi in elkaar, dat is de magie.”

Songs van de band ontstaan op verschillende manieren. ,,Soms is dat via een jam met de versterker op 38, dat opnemen, uit die opnamen de juiste groove pikken en daar op verder werken. Sinds Sugar uit 1992 gaat het soms anders, want wordt er ook met gitaarlijntjes gewerkt en is er zowaar sprake van songstructuren.” Opvallend is dat Te Bos in die ‘echte liedjes ook mooier is gaan zingen. ,,Dat mooie zingen heeft alles met die openheid van componeren te maken. Dat komt dan vanzelf. Zanglessen heb ik nooit gevolgd. Nou vooruit, eentje dan. Zeven jaar geleden, zo’n spoedcursus, op één dag. Niks voor mij.”

Podiumbeest

Te Bos mag dan bijna 65 jaar zijn, hij blijft een kwajongen en op het podium zelfs een beest. ,,Mijn persoonlijkheid op het podium ligt niet eens zo ver af van hoe ik in het dagelijkse leven altijd ben geweest. Ik zag laatst wat klassenfoto’s van vroeger. Daar zit een boefje je aan te kijken. Ik heb, denk ik, wel een eerlijke uitstraling. Je moet je ook nooit mooier voordoen dan je bent. Ik zal nooit een Sinatra worden, maar ik ben zo blij dat ik niet zing als René Froger. Daartussen beweeg ik mij. Ook in mijn werk als vormgever en in mijn teksten blijf ik altijd dicht bij mezelf. Ik ga niet teveel op zoek naar inspiratiebronnen. Die inspiratiebron, dat ben ik zelf.”

Delen van dit interview verschenen eerder in dagblad BN DeStem.