Als je op gaat treden, dan trek je je beste pak aan

Maison du Malheur: ‘Songs over de hartslag van de stad die aan je voeten ligt’

Door: Willem Jongeneelen

Vrijdag 4 december staat er een heel bijzondere club muzikanten op het podium van Gebouw-T: Maison du Malheur, een wel heel origineel nieuw rocking’ rhythm & bluesgezelschap uit Amsterdam. Hun vergaarbak, waarin ook oude jazz en honky-tonk zitten opgesloten, doet het geweldig op zowel de pop-, blues- als jazzpodia.

Een oude ziel

De band van de Amsterdamse zanger/songschrijver J.P. Mesker (38, ex-Skidmarks) lijkt zo uit de film O Brother, Where Art Thou van de regisseurbroers Coen te zijn weggelopen. Jonge mensen met een oude ziel, zoveel wordt ook op hun tweede album weer duidelijk. Via The Hackensaw Boys ontdekte Mesker dat rock-’n-roll niet alleen voor een muziekstijl staat, maar ook voor een manier van spelen. Dat kan ook met akoestische instrumenten en met solisten in andere genres. Mesker verwerkt veel oudere invloeden in zijn muziek. Hij creëert daarmee een gevarieerd soort rootsmuziek, met veel rhythm & blues, zigeunermuziek, jazz uit de eerste helft van de vorige eeuw, maar ook elementen uit het rauwere werk van Tom Waits. Mesker: ,,Ik lees wel eens dat mensen het gek vinden dat we gestoken in een pak, met een hoed op, en een instrumentarium bestaande uit een honky-tonk piano, banjo, gitaar, drums, sousafoon, klarinet, saxofoon of trompet het podium opstappen. Ik vind het eigenlijk heel simpel; als je op gaat treden, dan trek je je beste pak aan. Je staat op een podium, je wilt iets uitdragen en eenheid uitstralen.”

'Rock-'n-roll is een manier van leven'

JP (Jeroen voor intimi) Mesker draait al heel lang mee in de muziekwereld. Hij speelt al ruim zeventien jaar in bands. ,,Ik ben afkomstig uit de rock-‘n-roll. Op mijn vijfentwintigste speelde ik op Lowlands, in de garagerockband The Skidmarks. Garagerockbands gaan echter uit elkaar en via de Amerikaanse band The Hackensaw Boys ontdekte ik dat rock-’n-roll niet alleen voor een muziekstijl staat, maar ook voor een manier van spelen. Dat kan ook met akoestische instrumenten en met solisten in andere muziekgenres. Rock-’n-roll is een manier van leven en denken. Dat heeft met energie en beleving te maken.”

Dat was ook terug te horen in twee andere bands waarin hij speelde: The Amoks (rhythm & blues met een rafelrandje) en in The Pedro Delgados (bluegrass). Met Maison du Malheur kwam hij als songschrijver opnieuw bij de rhythm & bluessongs uit, al trekken de blazers in zijn band (uit de Amsterdam Klezmer Band en vroeger Jammah Tammah) die muziek breder en geven die zijn werk live vaak een feestelijke injectie. Mesker: ,,Van Tom Waits heb ik geleerd dat het in muziek draait om bewegingsvrijheid. Hij durft buiten de paden te treden. Maison du Malheur is gestart vanuit de gedachte dat ik een plaat wilde maken met mijn liedjes. Maar ik geef muzikanten de vrijheid daar een invulling aan te geven. Ik zie wel hoe het dan uitpakt. Ik vertrek niet meer vanuit een vooraf ingegeven stijl. Als je over zulke getalenteerde solisten beschikt, laat je het gewoon gebeuren.”

Hartslag van de stad 

Maison du Malheur bracht onlangs het derde album Stomping Ground uit. Dat klinkt volgens Mesker opnieuw iets anders. ,,Ik was altijd slaggitarist, maar speel nu al een paar jaar op een tenorbanjo. Ik stemde die eerst zoals de bovenste vier snaren van een gitaar en ging er vervolgens op rossen. Dat fingerpicking had ik nooit geleerd. Nu heb ik die banjo beter onder de knie en staat die wel in de traditionele jazzstemming. Dat geeft veel meer mogelijkheden.” Ook tekstueel is er wat veranderd. Mesker heeft zich voorgenomen geen songs meer te schrijven over drank en vrouwen. ,,Daar heb ik er al zoveel van gehad. Er kroop altijd veel rock ’n roll in mijn teksten. En rechtstreekse emoties. Als ik me klote voelde, dan schreef ik dat ook letterlijk op. Mijn teksten bleven altijd persoonlijk beladen. Over het nachtleven, hard gaan en veel hartzeer. Halverwege het laatste album had ik het daarmee wel gehad. Dat was dus al een overgangsplaat, qua lyriek. Ik schep er plezier in breder te gaan. Ik schrijf nu ook over de hartslag van de stad die aan je voeten ligt.”

Meer informatie over het concert van Maison du Malheur vind je hier.

Delen van dit interview verschenen eerder in dagblad BN DeStem.